CREATIVITY

Short Story: Snowflakes

Typende handen

Misschien weet je dit nog niet van mij, maar ik schreef vroeger eigenlijk alleen maar fictie. Verhalen over personages die ik zelf had verzonnen, gebeurtenissen die nooit hadden plaatsgevonden en relaties die ik nooit had gehad. Het was mijn favoriete bezigheid: verdwijnen in een zelfgemaakte droomwereld. Ik weet niet waarom, maar op een gegeven moment ben ik gestopt. Tientallen half-afgemaakte verhalen op mijn computer, maar ik deed er niks meer mee.

Gisteren struinde ik door m’n documenten heen en vond opeens iets wat ik afgelopen januari nog heb geschreven. Blijkbaar was mijn fictieliefde opeens weer opgeleefd en was ik weer aan het schrijven geslagen. Ik denk ook eigenlijk dat het de bedoeling was dit verhaal op mijn blog te plaatsen, maar om een of andere reden heb ik dat nooit gedaan. Toch vind ik het leuk om met jullie te delen en daarom bij deze dit korte verhaal genaamd ‘Sneeuwvlokken’. En denk je maar even in dat het weer Oud & Nieuw is ;).

 

Sneeuwvlokken

Ze rende en rende. Haar adem stokte in haar keel en ze voelde haar hartslag razend snel omhoog gaan. Maar ze kon alleen maar denken hoe graag ze weg wilde. Weg van hier. Ze hoorde champagneflessen openknallen en de menigte uitgelaten gillen en ze wilde dat het allemaal ophield. Nu. Ze gooide haar gewicht tegen de deur aan, de bewaker negerend, en voelde eindelijk de koude buitenlucht op haar blote schouders. Ze liep de hoek om en zakte op de grond. Met haar rug tegen de bakstenen muur probeerde ze zichzelf rustig te krijgen en de beelden uit haar hoofd te krijgen, maar ze leken al op haar netvlies gebrand te staan. Ze had uitzicht op het vuurwerk, maar zag enkel vaag wat kleuren door de tranen in haar ogen. Adem in, adem uit, adem in, adem uit, zo praatte ze op zichzelf in. Na een paar minuten hoorde ze opeens een stem uit de schaduw naast haar komen.

“Mooi, niet?” Ze keek op en zag een lange jongen in het licht stappen. Hij keek haar niet aan, maar stond met zijn gezicht naar het vuurwerk toegekeerd. Hij had een pak aan, maar zijn stropdas hing los om zijn nek. Zijn haar zat door de war, maar het paste bij hem.

“Het heeft een soort magische aantrekkingskracht. Ze hebben patronen, kleuren en geluiden; spanning, verrassing en een klein beetje gevaar. Alles waar we stiekem allemaal naar op zoek zijn.”

Ze keek weg van hem en zuchtte. Wat een malloot. Laat me toch alleen. Maar hij zakte tegen de muur naar beneden en zat opeens naast haar. Ze probeerde de tranen uit haar ogen te vegen en keek naar beneden. Ze voelde zijn blik op haar gezicht.

“Wat?” spuugde ze hem boos toe. Hij reageerde niet op de toon in haar stem en keek haar nog steeds onderzoekend aan.

“Ik vraag me gewoon af wat een meisje als jij hier om 5 over 12 in de kou doet zonder aandacht te besteden aan het vuurwerk.”

Ze haalde haar schouders op en staarde naar zijn handen. Ze was altijd al gefascineerd geweest door handen van anderen. Die van hem hadden zich ineen geslagen en hij streelde met zijn ene duim over de andere terwijl zijn armen op zijn opgetrokken knieën leunden. Het maakte haar rustig op een of andere manier.

“Ik heb gewoon een rotnacht. Lekker begin van 2014.” Ze haalde haar neus op en kreeg nu toch wat kippenvel door de kou. Ze gleed met haar wijsvinger over de bobbeltjes op haar onderarm.

Hij knikte en leek te begrijpen dat ze er niet over wilde praten. De stof van zijn jasje verwarmde haar rechterarm doordat hij zo dichtbij haar zat. Het was even stil en ze keken samen naar het vuurwerk. Hij had gelijk, de kleuren waren prachtig. Ze volgde pijl voor pijl met haar ogen, de ene nog mooier dan de ander.

“Het klinkt misschien als een cliché, maar mijn moeder zegt me altijd dit: tijd is net zo veranderlijk als het weer in Nederland. Problemen komen en verdwijnen met een zonnestraal of regendruppel. Dus bij deze beloof ik jou, vuurwerkmeisje, dat bij de eerstvolgende sneeuwvlok, je problemen voorbij zullen zijn. Dat de sneeuw een witte laag over alles waar je je nu druk om maakt legt zodat je ze nooit meer hoeft te zien.”

Ze vond het mooi gezegd van hem, maar wist dat het gewoon de zoveelste bullshit was die mensen zeiden om anderen beter te laten voelen. Om hem een plezier te doen, bedankte ze hem toch maar. Hij glimlachte naar haar terwijl ze het zei. Hij had zo’n jongensachtige grijns die lichtjes in zijn ogen leek te brengen. Of misschien was het de reflectie van het vuurwerk. Ze kon het niet helpen naar hem terug te lachen. Opeens stond hij op en liep weg, de donkere nacht in.